Heb ik ook eens een onvoldoende

15 april 2018

Praten over school op het schoolplein: ik ben er geen fan van. Met name omdat de meeste gesprekken in mijn beleving gaan over dingen die gedaan worden en dingen die niet worden gedaan en dan vooral het liefst over alles dat daarbij niet goed gaat, want daar valt lekker veel over te zeggen. Het is hetzelfde als praten over de dokter in de wachtkamer, praten over je baas in de kantine en praten over je buren terwijl je in de voortuin staat: negen van de tien keer wordt er wel van alles over iemand verteld, zonder dat het ook op een of andere manier tegen iemand wordt gezegd. 

Toch zag ik mezelf afgelopen tijd zowel in een supermarkt (bij de ingang ook nog, echt betreurenswaardig) als net buiten het hek van het schoolplein praten over school – het was trouwens wel voor het eerst dat ik dat deed sinds June vier werd, maar blijkbaar gaf zoiets banaals als een rapport toch meer dan voldoende reden om twee keer een kwartier van gedachten te wisselen met andere ouders.

Overigens ben ik met het mapje onder mijn arm wél eerst naar de leerkracht zelf gegaan; vind ik de beste volgorde. En verder ben ik ook maar een mens en een heel gewone moeder die zich dingen afvraagt. En aangezien ik dat doorgaans vooral in m’n hoofd doe en dat mijn nachtrust de laatste tijd niet ten goede kwam (er is nog zoveel meer om rond een uur drie ‘s nachts over na te denken) is het ook weleens leuk om hardop te praten – afgezien van de locatie dan.

In elk geval, aan het rapport -of het idee achter dat ding- kan ik weinig veranderen. Ondertussen ben ik nog een paar keer poolshoogte gaan nemen bij de leerkracht en hebben we het tien-minutengesprek gehad. Ik ga ervan uit dat ik voorlopig even geen zeurende schoolpleinouder meer hoef te zijn, want het siert niet. Aan de andere kant las ik deze week een artikel met als kop “Kom op voor je kind, een ander doet het niet”. Toen ik dat las wist ik meteen waarom ik mezelf tóch tot schoolpleinpraat had laten verleiden: als wij ons niet opwinden, wie dan wel? En dus is hier thuis inmiddels ’t kind haar onvoldoende voor ‘aardig zijn’ uitgegroeid tot de grap van de dag (of eigenlijk van de avond, als de kinderen slapen), zo van: “Zag je dat June dat kindje hielp op de schommel?” “Tjonge, en dat met een onvoldoende voor ‘aardig zijn’.” Dat is niet constructief nee, dat weet ik. Maar het verwerkt wel lekker. En die onvoldoende voor ‘volwassen gedrag’ neem ik dan wel voor lief.